Vroeger, in een tijdperk voor je kinderen had, was je huis vlot en langdurig aan kant. Er wordt gezegd dat je met een gezin nooit meer een opgeruimd huis zult hebben. Je huis ziet er soms uit alsof er een bom ontploft is, maar is daar nou écht niets aan te doen?

Hoeveel collega-moeders hebben jou al vertelt dat er geen beginnen aan is? ‘Een huis wat aan kant is, mét kinderen? Laat me niet lachen. Achter je kont halen ze al het speelgoed weer terug uit…’. Maar is dat nou heus niet mogelijk? Ik ben er van overtuigd dat met wat kleine aanpassingen en routines je huis er netter dan ooit te voren uit kan zien.

Door samen en stap-voor stap met je kind op te ruimen leer je hem een logische manier van ordenen, in plaats van alles lukraak wegleggen en moeten onthouden. Op die manier zorg je voor rust in hun koppie.

7 Opruimtips:

1. Geef het goede voorbeeld.

Je kind leert van nadoen. Daarom is het goede voorbeeld geven zo belangrijk. Als jij je spullen niet opruimt en rond laat slingeren, zal hij niet begrijpen waarom jij je zo druk maakt over de kleurboeken die híj niet opruimt. Als je je kind laat zien dat opruimen erbij hoort, dan zal hij dat ook sneller gewoon vinden en zijn eigen spullen op willen ruimen. En wist je dat een mens (dus ook je kind!) 6 weken nodig heeft om een nieuwe gewoonte eigen te maken? Dus samen 6 weken iets oefenen helpt je kind en jou aan een nieuwe routine. Dat geldt voor dingen als ‘je schoenen onder de kapstok’ tot ‘je bed op schudden’. Als ouder ben jij degene, die het samen met hem vol moet houden om nieuwe routines weken te blijven oefenen. Zet het eventueel in je agenda of plak je taakje met een briefje op de koelkast of op de spiegel. En begin met kleine stapjes. In één keer je opruimroutine omgooien zorgt eerder voor chaos dan overzicht. Onderdeel-voor-onderdeel verander of maak je de routine.

2. Werk 15 minuten.

Bij sommigen werkt een korte, 15-minuten-ronde het best. In het begin helpt het dan wel dat je je kinderen één voor één instrueert, mondeling of met een ‘takenkaartje’. Een takenkaartje werkt stimulerend, ieder kind mag een kaartje grabbelen. Maak er een leuk kwartiertje van, met uptempo muziek op de achtergrond en stel een kookwekker in om de tijd af te tellen. Waarschuw op 10 en 5 minuten. Om efficiënt te werken zorg je er voor dat iedereen zijn ‘opruimmateriaal’ heeft voor de tijd ingaat. Kinderen werken graag met materiaal op kinderformaat. Een bezem of Swiffer kan je netjes de steel afzagen en een stofzuigbuis kan meestal ook in een schuiven, zodat ze op kinderhoogte kunnen werken. En een beloning of complimentjes als hun taakje binnen de tijd af is, hoort er natuurlijk ook bij!

3. Maak er een spelletje van.

Wat ook leuk is voor je kinderen is om er ‘opruimwedstrijdjes’ van te maken. Wie heeft de mooiste rij boeken in de kast, wie is het eerst (maar natuurlijk wel netjes) klaar, wie heeft er het eerst zijn plank in orde, enz. Als je kinderen zelf wedstrijdjury maakt, zijn ze zich er dubbel bewust van van wat netjes is en wat niet. En natuurlijk kan je zelf tegen je verlies en doe je ook mee!

4. Inrichting van een kamer.

Troep trekt troep aan en in een opgeruimde kamer blijft alles veel langer opgeruimd. Zorg dat spulletjes en speelgoed uit het zicht en goed opgeborgen kunnen worden. Richt de kamer zo in dat je kind ook zelf met gemak kan opruimen. Zo is het ook veel makkelijker om na het spelen op te ruimen. Op scholen en kindercentra zie vaak rekken met bakken , waar ze makkelijk bij kunnen. En spullen waar ze niet makkelijk bij moeten kunnen (bijv. verf, scharen of moeilijke puzzels) leg je dan hoog weg. Ook roomdividers (van die lage rekken) zijn een aanrader als je een gezellig speelhoekje wilt in je woonkamer.

5. Labels of foto’s.

Om alles makkelijk terug te vinden en op te kunnen ruimen kan je het speelgoed sorteren. Auto’s bij auto’s, knutselspullen bij knutselspullen, Knex bij Knex. Om te laten zien wat er in de bak zit kan je een label maken met daarop een tekening of foto van de spulletjes die er in moeten. Als je kind al wat groter is, is tekst voldoende. Zo is het veel gemakkelijker om terug te vinden wat waar in moet.

6. Kies wat bij je past.

Iedereen heeft zijn eigen manieren. Niet alleen van opvoeden, maar ook van opruimen. Karakter speelt hierbij natuurlijk een grote rol in. Het belangrijkste is, om net als bij opvoeden, te kiezen die bij jou en je kind past. Dat zal langer en beter werken dan een systeem wat een ander voor jou bedacht heeft! Voorbeeldjes hiervan zijn: ‘De ruimte rond werken’, dit werkt voor mijzelf goed. Ik begin in een hoek en werk met de klok mee heel de kamer rond. Wat ik tegen kom leg ik meteen op zijn plaats. Mijn oudste zoon ruimt op een andere manier op: soort-bij-soort: eerst al zijn kleren in de was mand, dan alle knuffels op zijn bed, dan alle Lego in de doos, daarna al zijn boeken terug in het rek.

7. Elke week een ‘special’.

Wisselend per week (of per 2 weken) kies je samen met je kind een hoek die speciale aandacht krijgt. Elke dag je nachtkastje, je boekenplan of onderste plank met bakken controleren. Als je de aandacht op één hoek vestigt, is de ‘bijwerking’ vaak dat de rest ook beter gedaan wordt.